Auteur: Alma Lanjouw
Esmeralda Blaney Davidson en Hans Timmerman maken complexe pijnwetenschap toegankelijk in Het Pijn Boek. Toch lees ik dit boek met een kritische blik, een persoonlijke blik van iemand die met chronische pijn leeft en neurodivergente kenmerken heeft.
Sterke punten
De eerste vier hoofdstukken gaan over wat pijn is en hoe het werkt in ons lichaam. Er wordt, met schematische tekeningen, beschreven hoe pijn in ons zenuwstelsel en in de hersenen wordt verwerkt. Naast de gangbare definitie van pijn: “Pijn is een onaangename sensorische en emotionele ervaring die geassocieerd is met daadwerkelijke of potentiële weefselschade”, staan de auteurs ook nadrukkelijk achter een oudere definitie: “Pijn is wat de persoon die het ervaart zegt dat het is, en het bestaat wanneer die persoon zegt dat het bestaat.”
In de totaal 20 hoofdstukken komt een veelheid aan onderwerpen aan bod, waaronder de nieuwste ontwikkelingen zoals het verband tussen hartslagvariabiliteit en pijn, en artificiële intelligentie om pijn bij dieren vast te stellen. Daarnaast passeren de gebruikelijke onderwerpen de revue: de invloed van slaap, emoties, het afweersysteem, sekse- en gender- en culturele verschillen. In het laatste hoofdstuk wordt beschreven hoe je je eigen pijnmodulatie kunt testen als een wetenschappelijk experiment. De auteurs hebben een opgewekt taalgebruik dat lekker wegleest, ook omdat de lezer wordt uitgenodigd om hoofdstukken over te slaan of kriskras door elkaar te lezen.
Kritiekpunten
Tegelijkertijd staan er tegenstrijdigheden in de tekst. “Sport is goed” klinkt bijvoorbeeld nogal stellig, terwijl “bewegen kan goed zijn” genuanceerder zou overkomen. Het woord “dus” wordt bovendien vaak gebruikt, op bijna elke pagina, dat leest onprettig, omdat “dus” suggereert dat een redenering lineair en voorspelbaar is. Dat is bij pijn meestal niet het geval. Ook had ik vraagtekens bij de vele uitroeptekens; een uitroepteken opdringerig of betuttelend overkomen. Een voorbeeld van wetenschappelijk enthousiasme: “Kortom: hiermee bewezen ze dat optimisme echt helpt!”
Vanuit mijn eigen ervaring met neurodivergentie en chronische pijn miste ik in het boek soms herkenning. ADHD, autisme en hoogsensitiviteit komen wel afzonderlijk aan bod, maar de mogelijke samenhang tussen neurodivergentie, prikkelverwerking en pijn wordt nauwelijks uitgewerkt.
Ook geeft het enige voorbeeld, van Meneer Pieterse (H16), een eenzijdig beeld van chronische pijn en roept daarmee, bij mij, gevoelens van stigma op. “Meneer Pieterse is 52 jaar. Hij werkt op kantoor via een uitzendorganisatie. Hij is single en woont in een fijn appartement. Meneer Pieterse sport niet en als hij heel eerlijk is, dan is televisiekijken eigenlijk zijn enige hobby. Sinds vier maanden zit hij thuis. Hij heeft namelijk pijn.” Pijn is persoonlijk en iedereen heeft het wel eens, maar niet iedereen kan zich identificeren met Meneer Pieterse. Meer echte en inclusieve casuïstiek was prettig geweest.
Voor wie is dit boek
Met 250 pagina’s is dit boek uitstekend te gebruiken als een modern naslagwerk over pijn. Door het brede perspectief en de manier van uitleggen is het denk ik vooral geschikt voor paramedici zoals fysio-, ergo- en oefenherapeuten die veel uitleg moeten geven over pijn, maar het is ook goed te lezen door leken die geïnteresseerd is zijn in pijn.
Eindoordeel
Het Pijn Boek is een toegankelijk en overzichtelijk publieksboek dat complexe pijnwetenschap leesbaar maakt en chronische pijn nadrukkelijk serieus neemt. Aan een lezer zoals ik, met een kritisch neurodivergent brein, vertellen de schrijvers echter weinig nieuws.
Alma Lanjouw heeft neurodivergente kenmerken en aanhoudende lichamelijke klachten, waaronder chronische pijn. Ze schrijft vanuit die ervaring, en geeft met taal een stem aan wie weinig gehoord wordt.
Het Pijn Boek. De wetenschap achter het gevoel dat iedereen kent maar niemand begrijpt – Esmeralda Blaney Davidson en Hans Timmerman. Prometheus, 2026. ISBN 9789044661132