Toegenomen somatische sensaties en verminderde herkenning eigen ledematen bij SOLK?

Toegenomen somatische sensaties en verminderde herkenning eigen ledematen bij SOLK?

Toegenomen somatische sensaties en verminderde herkenning eigen ledematen bij SOLK?

Auteur: Lineke Tak.

Eén van de mogelijke verklaringen voor de gevoeligheid voor somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) is verstoring in de waarneming van ‘interoceptieve somatosensorische informatie’. Met simpeler taalgebruik: de signalen die vanuit je lichaam naar je hersenen gaan. Een bekend voorbeeld van het uitlokken van een verstoring in de interoceptieve somatosensorische waarneming is de ‘rubberen handillusie’. Hierbij wordt een rubberen nephand zo neergelegd dat het lijkt alsof het jouw hand is. Jouw eigen hand bevindt zich op dat moment buiten jouw gezichtsveld. Vervolgens wordt gelijktijdig zowel op de rubberen hand als op jouw echte hand met een veertje gestreken. Het gevolg is de sensatie dat de rubberen hand van jou is.

Onderzoekers in de huidige studie hadden als doel te onderzoeken of bij mensen die gevoelig zijn voor SOLK een verstoring van interoceptieve somatosensorische processen een rol zouden spelen in symptoomervaring. Ze hadden de hypothese dat personen die gevoelig zijn voor SOLK ook gevoeliger zouden zijn voor een visuele illusie die tactiele stimulatie van hun hand suggereert, zónder dat er daadwerkelijk sprake is van tactiele stimulatie. Hierin verschilt dit experiment dus van de rubberen handillusie, waarbij er wél sprake is van echte somatosensorische input (er wordt namelijk met een veertje gestreken).

Hiertoe rekruteerden de onderzoekers 22 deelnemers tussen de 18 en 23 jaar die de Somatoform Dissociation Questionnaire-20 invulden. In deze vragenlijst wordt gevraagd naar de aanwezigheid van 20 SOLK in het afgelopen jaar. Deelnemers keken naar real-time video-opnames van hun eigen hand. Deze opnames waren ofwel niet-gemanipuleerd (normale conditie), ofwel digitaal gemanipuleerd, waarbij het leek alsof er iets onder hun huid kroop of draaide (‘crawling skin’-illusie conditie). Vervolgens werd gevraagd of ze lichamelijke sensaties, bijvoorbeeld een tintelend gevoel, ervoeren op een schaal van 1 tot 10. Ook werd steeds gevraagd in hoeverre ze hun hand als van zichzelf ervoeren (‘zelfattributie’).

Deelnemers met een hogere score op de Somatoform Dissociation Scale-20 waren gevoeliger voor het ervaren van somatosensorische sensaties tijdens alle onderzoekscondities. Er leek dus sprake van zowel een hogere ‘achtergrond’ waarneming van lichaamssignalen als van een hogere gevoeligheid voor de crawling skin illusie. Verder was het opvallend dat de deelnemers die het meest gevoelig waren voor de visuele inductie van somatosensorische signalen met de crawling skin illusie, het minst hun hand als van zichzelf ervoeren.

Onderzoekers concluderen dat hun resultaten de hypothese ondersteunen dat er een verstoring in de lichaamswaarneming is bij personen met SOLK. Hierbij lijkt het zo te zijn dat informatie in de hersenen de daadwerkelijke aanwezigheid van lichaamssignalen kan overheersen. Hierdoor zou het ervaren van lichamelijke klachten kunnen ontstaan.

Enkele kanttekeningen zijn dat het onderzoek is uitgevoerd bij een kleine groep gezonde vrijwilligers en niet bij patiënten met SOLK. Daarnaast meet de Somatoform Dissociation Questionnaire-20 alleen dissociatieve SOLK. Het is dus nog de vraag of deze bevindingen gerepliceerd kunnen worden bij de heterogene groep patiënten met SOLK (met bijvoorbeeld moeheid, buikpijn of pijnklachten) of alleen bij degenen met voornamelijk dissociatieve klachten. Deze studie is echter een interessante stap in verder onderzoek naar beter begrip hoe symptoomervaring bij SOLK tot stand kan komen. Mochten deze bevindingen gerepliceerd worden, dan is vanzelfsprekend een volgende belangrijke vraag of somatosensorische informatieverwerking beïnvloedbaar is door behandeling.

McKenzie KJ, Newport R. Increased somatic sensations are associated with reduced limb ownership. Journal of Psychosomatic Research 2015, 78; 88-90.


Related Posts

Back to Top